Excellente teams weten hoe ze ‘wereldkampioen’ willen worden..

16-06-2014 

Het is maandag, de dag na een weekend vol heerlijke sportemotie. Als oud-international, die twee keer het genot van een wereldtitel mocht proeven, heb ik met extra belangstelling en trots gekeken naar het Nederlands vrouwenteam. Vanaf de eerste wedstrijd straalden begeleiding en speelsters uit waarvoor ze gekomen waren. Niet alleen dit toernooi. Dat is een proces dat al is gestart op de dag na de Olympische Spelen van Londen. De evaluatie van dat toernooi destijds, is uitgewerkt in een plan voor het WK Hockey in Den Haag.

Nederland werd olympisch kampioen in 2012. Dan denk je wellicht, wat kan Max Caldas, de coach, dan nog bedenken om ze beter te maken? Als je dat denkt, ben je geen goede coach. Je speelsters vertellen dat ze gewoon hetzelfde moeten blijven doen, “want het ging toch zo goed”, staat gelijk aan je ontslagbrief indienen. Er zijn altijd zaken die beter kunnen, technieken die veranderen, regels die wijzigen (gelukkig gebeurt dat in het hockey veelvuldig). De andere landen jagen op Nederland, de voorsprong die we hebben, moeten we vasthouden. En Nederland zou Nederland niet zijn, als we die niet het liefst nog verder willen uitbouwen. Daarvoor moet je innovatief zijn, nieuwe trainingsmethoden bedenken, nieuwe wedstrijdtactieken of –systemen uitdokteren. Zodat je verrassend blijft.

Max Caldas heeft met zijn begeleidingsteam de route naar het WK in Den Haag uitgestippeld. En dat is door het team tot in perfectie uitgevoerd. Met voor iedereen een eigen rol. Max is eindverantwoordelijk, maar stuurt een team aan van trainers, wedstrijd- en videoanalisten, mentale begeleiders, fysiotherapeuten, een arts. Allemaal bemannen ze een onderdeel op weg naar de WK-titel. Het plan wordt in samenspraak met alle betrokkenen, ook de speelsters, bedacht. De route naar de wereldtitel moet door iedereen gedragen worden. Tenslotte moeten de speelsters het uitvoeren, dus zich wel in het plan kunnen vinden. En de manager? Die is het bindmiddel tussen alle teamleden. Zowel binnen de begeleiding als tussen begeleiding en spelersgroep. Die zorgt ervoor dat aan alle randvoorwaarden wordt voldaan, dat er geen kinken in de kabel ontstaan, dat iedereen prettig met elkaar samenwerkt, en zaken worden uitgevoerd zoals afgesproken. Allemaal voor dat ene doel.

Zo gaat dat ook bij branche-, beroeps-, persoons- en sportverenigingen. Zonder doel kabbelt alles voort en bloedt de boel dood. Het bestuur moet een visie hebben, weten wat er om zich heen gebeurt en wat nodig is om met de tijd mee te gaan. Weten wat nodig is om over een aantal jaar nog steeds bestaansrecht te hebben. Weten wat onder de leden leeft, wanneer zij ‘value for money’ krijgen. Zodat de leden zich prettig voelen bij de vereniging. En de verenigingsprofessional is ook hier het bindmiddel. Besturen, meestal vrijwilligers, wisselen, maar de professional blijft. Hij blijft de visie, het doel in ogen houden, blijft de weg volgen die is ingeslagen.

Excellente teams van besturen en verenigingsprofessional weten wat nodig is om wereldkampioen te worden. Die rusten niet op hun lauweren, maar zijn altijd bezig met vooruitgang. Net zoals Max Caldas, bondscoach van het Nederlands vrouwenteam, dat zaterdag 14 juni 2014 wereldkampioen werd. Max genoot, meer dan terecht. Maar vandaag, maandag 16 juni is de voorbereiding op de Olympische Spelen in Brazilië in 2016 begonnen. Want kampioen worden is één, kampioen blijven, is alleen voor de besten weggelegd.

De Mans Lejeune Award voor excellente verenigingsteams van besturen en verenigingsprofessionals is ingesteld voor teams die op weg zijn naar een virtuele wereldtitel. Komt u daarvoor in aanmerking? Kent u excellente verenigingsteams? Nomineer ze dan hier.

Lisanne Lejeune